Cas voelt de spierpijn al opkomen, want de te graven sleuf moet minimaal 25cm diep
zijn met een lengte van ruim dertig (30!) meter in 'n bijzonder steenrijke grond. De schop komt opnieuw uit het hok, evenals 'n wrikijzer, borstel, hark, handeg en een klein handschopje. Cas haalt diep adem, spuugt in zijn handen en begint met het vermoeiende doch lichaamsgezonde werk. Graven, schoppen, wrikken, beuken, vloeken, graven, schoppen, wrikken..., de spierballen groeien met de minuut! Vier uur later zijn de eerste tien meter opengegooid. "Je mag nu wel uit die loopgraaf komen," grapt Ingrid, "kom een hapje eten. De vitamines heb je hard nodig! Morgen is weer een dag, nu is het tijd voor zaterdagavondse gezelligheid." Gelijk heeft ze.